De bekende samenvatting “rechtdoor op dezelfde weg gaat voor” lijkt een eenvoudig antwoord te geven. Toch is juist het laatste deel belangrijk: op dezelfde weg. Bovendien kunnen borden en wegmarkeringen de voorrang ter plaatse uitdrukkelijk regelen.
In de onderzochte situatie ligt het fietspad los van de rijbaan en kruist het de uitgaande tak van de rotonde. Vóór de fietser staan bord B6 en haaientanden. De richting van die tekens is wezenlijk: zij richten zich tot de fietser die de oversteek nadert.

Wat zegt artikel 18 RVV?
Artikel 18 lid 1 RVV verplicht afslaande bestuurders verkeer voor te laten gaan dat hun op dezelfde weg tegemoetkomt of zich op dezelfde weg naast of dicht achter hen bevindt. Een auto die een rotonde verlaat, maakt een afslaande beweging. Daarmee is echter nog niet vastgesteld dat ieder fietspad rond die rotonde juridisch tot dezelfde weg behoort. [1]
Bij een fietsstrook direct op de rotonde kan de samenhang duidelijk zijn. Een vrijliggend pad met een berm, afzonderlijke oversteek, B6 en haaientanden kan anders worden beoordeeld. Het RVV noemt daarvoor geen vaste afstand in meters; de complete inrichting telt.
B6 en haaientanden zijn geen decoratie
Bord B6 betekent dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan bestuurders op de kruisende weg. Artikel 80 geeft haaientanden dezelfde betekenis. Artikel 63 bepaalt daarnaast dat verkeerstekens boven verkeersregels gaan voor zover beide onverenigbaar zijn. [2] [3] [4]
Staan B6 en de haaientanden vóór de fietser en zijn zij naar diens naderingsrichting gericht, dan gelden ze voor die fietser. Ze maken geen onderscheid naar de route die de fietser eerder heeft gevolgd. Bij een tweerichtingsfietspad kan iedere naderingsrichting zijn eigen set tekens hebben.
Op een andere rotonde kunnen B6 en de haaientanden juist vóór het autoverkeer staan. Dan moet het verkeer dat de rotonde verlaat de fietsers voor laten gaan. De richting van de tekens kan de uitkomst dus omkeren.
Hoort het fietspad bij dezelfde weg?
Dat kan niet met één zelfbedachte metergrens worden beslist. Relevant zijn onder meer de afstand tot de rijbaan, een berm of middeneiland, de visuele en functionele samenhang met de rotonde, het verloop van beide verkeersstromen en de inrichting van de oversteek.
Daarom is een uitspraak over een fietser op een fietsstrook of direct naast de rijbaan niet automatisch toepasbaar op een afzonderlijke vrijliggende oversteek.
Wat antwoordde Parket CVOM?
Wij legden de situatie schriftelijk voor aan de Helpdesk Verkeer en Vervoer van Parket CVOM: een automobilist verlaat een rotonde en kruist een vrijliggend fietspad, terwijl voor de fietser bord B6 en haaientanden staan.
- Wie moet in de situatie in de bijgevoegde video voorrang verlenen?
- Is artikel 18 lid 1 RVV hier van toepassing?
- Zo ja, welke betekenis hebben dan B6 en de haaientanden voor de fietser, mede gelet op artikel 63 RVV?
- Zo nee, waarom is artikel 18 lid 1 hier niet van toepassing?
De helpdesk antwoordde op 1 september 2026 dat artikel 18 lid 1 in deze situatie niet geldt, omdat de rotonde wordt verlaten en wordt afgeslagen naar een andere weg. Vervolgens verwijst CVOM naar artikel 63 en artikel 80.
“Hieruit volgt dat de fietser geen voorrang heeft op bestuurders die de rotonde verlaten.”
De uitkomst is helder, maar er is een belangrijke beperking. De medewerker kon het bewegende beeld niet bekijken en baseerde zich op de schriftelijke omschrijving en één foto. De precieze afstand en volledige inrichting zijn dus niet zelfstandig door CVOM gecontroleerd. Ook wordt het criterium “dezelfde weg” niet uitgebreid aan de hand van maatvoering of jurisprudentie uitgewerkt.

Het antwoord is een gezaghebbende overheidsduiding, maar geen rechterlijke uitspraak of formeel besluit in een individuele strafzaak.
Wat zegt de rechtspraak?
In ECLI:NL:RBZWB:2024:8423 ging de rechtbank bij de vaststaande feiten ervan uit dat een fietsster door een verkeersbord en haaientanden voorrang moest verlenen aan verkeer dat vanaf een rotonde kwam. Dat ondersteunt de betekenis van tekens vóór de fietser. De uitspraak werkt echter niet zichtbaar uit of artikel 18 van toepassing was en hoe artikel 63 een eventuele tegenstelling oploste. [5]
In ECLI:NL:RBAMS:2025:7812 stonden B6 en de haaientanden juist vóór het verkeer dat de rotonde verliet. Dat verkeer moest de fietsers voor laten gaan. Deze spiegelbeeldige situatie onderstreept waarom je altijd naar de richting van de verkeerstekens moet kijken. [6]
De fietser moet hier voorrang verlenen, maar maak daarvan geen regel voor alle rotondes.
Bij de beschreven inrichting staan B6 en haaientanden vóór de fietser die de uitgaande rijbaan wil kruisen. Parket CVOM zegt dat artikel 18 lid 1 hier niet van toepassing is en dat de fietser bestuurders die de rotonde verlaten voorrang moet verlenen. Op andere rotondes kunnen de tekens andersom staan of kan het fietspad anders zijn ingericht.
Voorrang hebben is bovendien iets anders dan veilig kunnen doorrijden. Iedere bestuurder moet een voorzienbaar conflict proberen te voorkomen, ook wanneer de ander voorrang had moeten verlenen.
Bronnen
- RVV 1990, artikel 18 — afslaan
- RVV 1990, artikelen 62 en 63 — verkeerstekens
- RVV 1990, artikel 80 — haaientanden
- RVV 1990, bijlage 1 — bord B6
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant 5 december 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:8423
- Rechtbank Amsterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7812
- Schriftelijk antwoord Parket CVOM, Helpdesk Verkeer en Vervoer, 1 september 2026; geanonimiseerd hierboven opgenomen.
Transparantienoot: bronnen gecontroleerd op 1 september 2026. De schematische illustratie verduidelijkt de verkeersbewegingen maar is geen bewijs van exacte afstanden. Het CVOM-antwoord vermeldt zelf dat alleen een foto kon worden bekeken.
